Oorlogsheldin Atie Visser bekende alsnog moord uit 1946

Begin 2011 besloot Atie Ridder-Visser ~inmiddels 97 jaar, doof en invalide, maar geestelijk nog kraakhelder~ een brief te schrijven aan Henri Lenferink, de burgemeester van Leiden.

Die laatste kwam er deze week mee naar buiten. Atie had de moord op Felix Guljé in 1946 bekend…………….

Het zorgde destijds voor veel commotie. De 52-jarige Guljé was een belangrijk man, hij werd genoemd als toekomstig minister van handel en nijverheid. Ondertussen werd hij echter ook verdacht van collaboratie met de Duitsers. Het bedrijf waar hij directeur was, de Hollandse Constructie Werkplaatsen, kreeg met enige regelmaat opdrachten van de Duitse bezetter. Ook werkte er een aantal NSB’ers.

Maar eigenlijk was Guljé, net zoals zijn moordenares, een verzetsstrijder.

Atie wordt geboren in 1914 in Rotterdam. Ze wordt in het voorjaar van 1944 door Anneke, een meisje uit Woerden, gevraagd of ze koerierster wil worden bij een knokploeg. “Daar hoef ik helemaal niet over na te denken”, zo citeert auteur Jan C. Crum haar in zijn boek. ‘Wat bewoog u?’ “Dat heb ik al zo lang gewild”, zei Atie . “Dus ja!”.

Zo wordt ze, onder de naam ‘Karin’, lid van de knokploeg van ‘Evert’, die Marinus Post blijkt te zijn. Over een eerdere liquidatie, waar ze als lid van de knokploeg bij was, zegt ze in genoemd boek: “Het was echt gruwelijk om mee te maken, maar het was echt nodig om deze man uit de weg te ruimen.”

In 1999 komt haar eigen boek uit onder de titel ‘Marinus Post alias Evert. Oorlogsherinneringen uit 1944′. Atie Ridder-Visser schrijft het omdat er na de oorlog zoveel ellendige leugens over ‘Evert’ worden verteld. Op 5 mei 1982 ontvangt Atie in het stadhuis van Leiden namens de regering het Verzetsherdenkingskruis uit handen van de toenmalige burgemeester Goekoop.

Wat de verzetsvrouw niet wist is, dat haar slachtoffer uit 1946 Joodse onderduikers in huis had en verboden vergaderingen hield in zijn huiskamer voor de Algemene Katholieke Werkgevers Vereniging, waarvan hij voorzitter was. Ook niet dat Guljé na zijn dood onschuldig werd bevonden. Na de moord had ze bewust geen kranten gelezen en ze verhuisde niet veel later naar Nederlands Indië. Atie is nooit verdachte geweest in de zaak.

Samen met 2 collega’s van de Politieke Opsporingsdienst ~de dienst die speciaal was opgericht om Nederlanders die fout zaten in de oorlog op te sporen~ maakt de verzetsheldin in 1946 plannen Guljé te vermoorden. Zij is de enige met een pistool, dus zij zal het doen. De mannen gaan op de uitkijk staan, terwijl zij aanbelt bij de villa aan de Van Slingelandtlaan in Leiden. Guljé ‘s echtgenote doet open. Of ze haar man mag spreken, vraagt Atie, ze heeft een boodschap voor hem. Terug in de woonkamer hoort mevrouw Guljé een knal. Ze vindt haar man zwaargewond op de drempel. Kort na aankomst in het ziekenhuis overlijdt hij.

Tegen burgemeester Lenferink verklaarde Atie 65 jaar later dat zij in haar ogen een verrader had vermoord, een collaborateur.

De moord heeft de nabestaanden van Guljé nooit losgelaten. Vooral de oudste zoon, Eugène, was vastberaden de moordenaar van zijn vader te vinden. “Hij heeft gezocht, de zaak laten rusten, weer gezocht, gedacht dat het maar beter was dat hij het niet zou weten, opnieuw gezocht en zelfs gepleit voor de wetswijziging waardoor nu ook naaste familie van de betrokkene dossiers kan inzien,” schrijft Marian Spinhoven, die ook al een boek over Eugène’s leven schreef.

Eugène overleed 2 jaar geleden. 3 andere kinderen van Guljé kregen de waarheid nog wel te horen. Ze zijn vol onbegrip en verontwaardiging, verklaart een woordvoerder namens de familie. Hadden de moordenaars zich verdiept in de persoon Guljé, dan ‘was deze moord nooit gepleegd’ en ‘was er heel veel leed voorkomen’.

Lenferink heeft de brief van de 96-jarige vrouw naar het OM gestuurd. Die laat weten geen onderzoek te starten. De zaak is verjaard, volgens de wetten die in 1946 golden: 18 jaar na het misdrijf.

Haar 2 medeplichtigen hebben blijkbaar ook voor altijd gezwegen. Was het haar leeftijd, was het met het oog op de onvermijdelijke naderende dood van deze bejaarde dappere verzetsheldin, die een onvergeeflijke fout maakte een jaar na de oorlog? In elk geval vond ze dat de familie van de man die zij vermoordde nu recht had te weten waarom ze het deed. Zou het dan toch waar zijn wat ze tegen burgemeester Lenferink beweerde? Dat ze pas onlangs de ware (goede) kant van Felix Guljé vernam?

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken vond dat Atie Ridder-Visser haar Verzetskruis mag behouden.

Lees ook:Gelauwerde verzetsvrouw Atie Ridder-Visser (100) overleden
Lees ook:Het leven van Amanda Knox is al 6 jaar een thriller
Lees ook:De vergeten Russische vrouwen uit Limburg
Lees ook:KIJKEN: ‘Spitfire Women’, een ode aan vrouwelijke piloten uit de oorlog
Lees ook:Hella de Jonge toert met film over haar familie langs de theaters

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>